Lopende projecten

 

Sector
  • Vmbo
Vakgebied
  • Nederlands
Vakinhoud
  • Leesvaardigheid
Leerplankundig thema
  • Curriculum
  • Professionalisering
  • Leerlingenmateriaal
  • Leerlingkenmerken
Vakspecifiek thema
  • Geletterdheid
Trefwoorden
  • leesplezier
  • identificatie
  • lay-out
  • Verbindingswoorden
  • tekstbegrip
  • Samenhang
  • VMBO

Zwakke lezers, sterke teksten? Effecten van tekst- en lezerskenmerken op het tekstbegrip en de tekstwaardering van vmbo-leerlingen

2-11-2015
Land, J. (2009). Zwakke lezers, sterke teksten?. Delft: Eburon Uitgevers.
ISBN

9789059729933

​In haar onderzoek beantwoordt Jentine Land de volgende vier onderzoeksvragen:


1. Wat is de leesfrequentie en leeswaardering van vmbo-leerlingen?
Via een inventarisatieonderzoek is met vragenlijsten en logboeken nagegaan hoe vaak vmbo-leerlingen lezen en wat ze lezen in hun vrije tijd en hoe ze de boeken waarderen die ze in hun vrije tijd lezen en de studieboekteksten die ze op school moeten lezen.

Er zijn grote verschillen tussen vmbo-leerlingen wat betreft hun leesfrequentie en leeswaardering. Voor een grote groep vmbo-leerlingen geldt dat ze over het algemeen weinig lezen in hun vrije tijd, en dat ze lezen zowel voor school als in hun vrije tijd saai vinden. In de studieboeken willen ze teksten die waar gebeurd, kort, gemakkelijk, duidelijk, interessant en spannend zijn, voorzien van een illustratie en aansluiten bij hun belevingswereld.

2. In hoeverre is er sprake van een causale relatie tussen de leesprestatie en de leesattitude van vmbo-leerlingen?
Leerlingen hebben een vragenlijst ingevuld over hun leesattitude, leesfrequentie en stimulatie door vrienden en ouders. Daarna heeft elke leerling begripsvragen en waarderingsvragen bij twee leerboekteksten voor aardrijkskunde en geschiedenis beantwoord, na vijf weken heeft elke leerling dit nog een keer gedaan, maar dan met andere leerboekteksten.

Er is geen causale relatie gebleken: voor leesprestaties van deze leerlingen maakt het niets uit of ze lezen leuk vinden of niet.

3. In hoeverre hebben structuurkenmerken een positief effect op de mate waarin vmbo-leerlingen hun studieboekteksten begrijpen en waarderen?
Vmbo-leerlingen hebben begrips- en waarderingsvragen beantwoord over acht studieteksten uit de geschiedenismethodes voor de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo. De onderzoekers hebben geprobeerd studieteksten te kiezen die qua onderwerp de leerlingen zouden aanspreken: spannend, humoristisch of aansluitend bij de leefwereld van de leerlingen. De teksten zijn op twee manieren geformuleerd. Zo is er een korte gefragmenteerde tekstversie met alleen korte hoofdzinnen. Daarnaast zijn geïntegreerde versies van de teksten geconstrueerd, met dezelfde inhoud, maar met hoofd- en bijzinnen die doorlopen over de regels heen. Verder is de tekststructuur geëxpliciteerd met structuursignalen (maar, daarom, want).

Iedere leerling heeft van een tekst de geïntegreerde of gefragmenteerde versie gelezen. In totaal heeft elke leerling drie van de acht teksten gelezen, waarbij de teksten willekeurig over de leerlingen zijn verdeeld. Na het lezen van een tekst heeft de leerling eerst waarderingsvragen over de tekst beantwoord. Vervolgens hebben ze een aantal begripsvragen beantwoord, zonder in de tekst te mogen kijken. De begripsvragen zijn in de vorm van:

  1. meerkeuzevragen.
  2. schemavragen: hierbij moeten leerlingen zinnen uit de tekst zo in een schema invullen dat de verbanden tussen de zinnen overeenkwamen met de structuur in de tekst.
  3. sorteervragen: hierbij moeten leerlingen termen uit de tekst die bij elkaar horen, samen in een cirkel plaatsen.
  4. volgordevragen: hierbij moet de leerling de chronologische ordening van zinnen uit de tekst aangeven op een tijdsbalk.

Leerlingen waarderen beide tekstversies evenveel. Wel blijken leerlingen beter in staat begripsvragen te beantwoorden na het lezen van een geïntegreerde tekst. In de gefragmenteerde tekst moet de lezer zelf maar de verbanden bedenken, zwakke en onervaren lezers kunnen dit niet altijd zomaar. Het valt alleen op dat leerlingen uit de theoretische leerweg een schemavraag even goed kunnen beantwoorden na het lezen van een geïntegreerde tekst als na het lezen van een gefragmenteerde tekst, dit geldt niet voor de leerlingen uit de basisberoepsgerichte leerweg.

4. In hoeverre hebben stijlkenmerken een positief effect op de mate waarin vmbo-leerlingen hun studieboekteksten begrijpen en waarderen?
Ook tekstwaardering kan grote invloed hebben op tekstbegrip. Het is goed voor te stellen dat leerlingen die niet van lezen houden teksten meer waarderen wanneer ze zich goed kunnen identificeren met de inhoud van de tekst. Identificatie kan vergroot worden door de tekst te voorzien van sprekend opgevoerde personages. Verder helpt het als emoties en ervaringen beschreven worden en de tekst in de tegenwoordige tijd is geschreven. In hoeverre dragen deze identificatiebevorderende tekstkenmerken er daadwerkelijk toe bij dat vmbo-leerlingen een studietekst beter begrijpen?

Van acht teksten zijn twee versies geconstrueerd:

  1. de identificerende versie (hierin kwam een personage voor, emoties en ervaringen werden beschreven en de tekst was uitsluitend in de tegenwoordige tijd geschreven)
  2. de distantiërende versie: hierin kwam geen personage voor, de gebeurtenissen werden verteld vanuit een auctoriale verteller en de gehele tekst was in de verleden tijd geschreven.

Leerlingen hebben de teksten gelezen en vervolgens begripsvragen beantwoord (zoals meerkeuzevragen, schemavragen, sorteervragen en volgordevragen) en gereageerd op stellingen over tekstwaardering.

Leerlingen beantwoorden begripsvragen beter na het lezen van zakelijke en afstandelijk geformuleerde teksten dan na de identificerende teksten. De identificerende teksten waarderen ze wel meer. Waarschijnlijk is het moeilijker om begripsvragen te beantwoorden, omdat het moeilijker is om hoofd- en bijzaken te onderscheiden. Er staat ook meer informatie in de identificerende tekst.

Aanbevelingen 
Tekstschrijvers voor vmboteksten kunnen het beste  coherente, geïntegreerde teksten schrijven, waarin de verbanden tussen de zinnen geëxpliciteerd zijn met signalen.

Teksten kunnen het beste afstandelijk, zakelijk en feitelijk geformuleerd worden als het studieteksten zijn. Als de tekst als enig doel heeft om het plezier in het lezen te vergroten, dan kunnen identificerende elementen daarbij helpen.

In vervolgonderzoek kan gekeken naar de effecten van tekstkenmerken op het leesproces van de leerlingen, zodat duidelijk wordt waarom vmbo'ers baat hebben bij coherente, geïntegreerde teksten. Ook is het interessant om na te gaan of de nu onderzochte tekstkenmerken hetzelfde effect hebben op andere tekstgenres, andere schoolvakken en in andere schoolniveaus.

Contactpersoon