Lopende projecten

 

Sector

  • Po

Vakgebied

  • Nederlands

Vakinhoud

  • Leesvaardigheid
  • Schrijfvaardigheid

Samenhang door gemeenschappelijke focus van instructie

25-7-2017

Via dit ontwerpprincipe kun je taaldomeinen vakinhoudelijk met elkaar verbinden door een gemeenschappelijke focus van instructie te kiezen in één of meer taaldomeinen. Bijvoorbeeld: je focust op het gebruik van verbindingswoorden in een tekst bij zowel het lezen als het schrijven van teksten.

​Voorbeeld ​

Stel, je geeft uitleg over de functie van verbindingswoorden. Vraag leerlingen dan bij het lezen van een betoog op deze woorden te letten. En geef ze bij het schrijven van een eigen betoog expliciet de opdracht om die verbindingswoorden te gebruiken.

  

Zet deze stappen in de voorbereiding bij je lessen om deze vorm van samenhang verder uit te werken:
  1. Bedenk een focus voor het leren in verschillende taaldomeinen.
  2. Wat moeten leerlingen over deze focus leren in welke taaldomeinen?
  3. Bedenk een volgorde waarin je de focus het best voor het voetlicht kunt brengen
  4. Kies verwerkingsmogelijkheden rondom de focus.
  5. Houd de focus vast

We werken de stappen kort uit.

Stap 1:  Bedenk een focus voor het leren in verschillende taaldomeinen.

Kies bijvoorbeeld als focus 'woorden die je kunt gebruiken bij het verklaren van verschijnselen'.

Stap 2: Wat moeten leerlingen met betrekking tot de focus leren in de taaldomeinen?

Nadat je de focus hebt gekozen, werk je uit wat leerlingen daarvan moeten weten in de door jou gekozen taaldomeinen. Leerlingen moeten in deze les een verschijnsel verklaren. Dat is een specifieke taalhandeling waar je bepaalde woorden voor nodig hebt. Denk aan woorden als als …., dan … , daardoor, daarom, doordat, dus, hierdoor, omdat, want etc. Deze focus wil je terug laten komen bij het luisteren, spreken en schrijven.

Stap 3: Bedenk een volgorde waarin je de focus het best kunt realiseren

Je hebt als focus van instructie gekozen voor: woorden die je kunt gebruiken om verschijnselen te verklaren. Je biedt dit aan in bij spreken, luisteren en schrijven. Een goede volgorde is van receptief naar productief. Je laat de leerlingen dus eerst kennis maken met de focus bij het luisteren, daarna bij het spreken en tot slot bij het schrijven.

Stap 4: Kies verwerkingsmogelijkheden rondom de focus.

Luisteren
Lees twee korte teksten voor. Je kunt gebruik maken van onderstaande tekstsuggesties, maar naar eigen keuze ook andere gebruiken. In de ene tekst geef je een beschrijving van een verschijnsel, in de andere tekst een verklaring van een verschijnsel. Vraag de leerlingen goed te luisteren. Wat is het doel van de ene tekst? Wat is het doel van de andere tekst? Aan welke woorden kun je dat merken?   

Beschrijving:

Hier zie je een vulkaan. Het is een soort berg. Een vulkaan is een gat in de aardkorst. Soms komt er lava uit de vulkaan. Je ziet dan rook en stenen de lucht in schieten.

Verklaring:

Hier zie je een vulkaan. Vulkanen zijn ontstaan doordat aardplaten over elkaar heen schoven. Hierdoor ontstonden scheuren in de aarde. Onder die scheuren golft een hete vloeibare massa met stenen. Als de massa te heet wordt, wil het aan de aarde ontsnappen: de hete massa wordt dan omhooggeduwd. Uit de scheur in de aarde spuit dan hete lava. Alle hete stenen en lava komen om het gat in de aarde te liggen. Hierdoor ontstaat een soort berg met een gat erin.


Kom in een klassengesprek tot de conclusie dat als je een verschijnsel moet verklaren je niet alleen moet beschrijven wat je ziet, maar ook moet uitleggen hoe iets gebeurt. Wijs de leerlingen erop dat je hiervoor de volgende woorden kunt gebruiken: als …., dan … , daardoor, daarom, doordat, dus, hierdoor, omdat, want etc. Schrijf deze woorden op het bord.

Spreken
De leerlingen gaan nu zelf een verklaring geven voor een verschijnsel. Ze doen dat bijvoorbeeld aan de hand van een proefje dat ze eerst uitvoeren in de klas (bijvoorbeeld rond drijven en zinken). Ze geven elkaar in duo's een verklaring waarom iets zinkt of drijft.
Wijs de leerlingen herhaaldelijk op de woorden op het bord, die ze kunnen gebruiken. Daarmee maak je de samenhang expliciet. Bij de reflectie, bekijk je samen met de kinderen nogmaals de woorden op het bord die kenmerkend zijn voor een verklaring. Hebben ze een paar van deze woorden gebruikt bij het praten? Leg hen uit dat ze deze woorden ook bij het schrijven van een verklaring kunnen gebruiken.

Schrijven 
Je kunt de les afsluiten door de leerlingen hun verklaring die ze aan elkaar verwoord hebben op te laten schrijven. Wijs hierbij de leerlingen ook expliciet op de woorden die ze kunnen gebruiken. Daarmee maak je de samenhang expliciet.
Bij de reflectie aan het eind van de les, bekijk je samen met de kinderen nogmaals de woorden op het bord die kenmerkend zijn voor een verklaring. Hebben ze een paar van deze woorden gebruikt bij het schrijven van een verklaring?

Stap 5: Houd de focus vast

Benoem steeds expliciet de gezamenlijke focus van instructie.