Lopende projecten

 

Sector
  • 0-4 jaar
  • Basisonderwijs
  • Vo
  • Hbo
Vakgebied
  • Nederlands
Vakinhoud
  • Begrijpend lezen
  • Technisch lezen
  • Spelling
  • Woordenschat
Leerplankundig thema
  • Leerlingkenmerken
Vakspecifiek thema
  • Geletterdheid
Trefwoorden
  • Woordenschat
  • academisch succes
  • Technisch lezen
  • leesontwikkeling
  • lezen
  • tekstbegrip

Lezen loont een leven lang. De rol van vrijetijdslezen in de taal- en leesontwikkeling van kinderen en jongeren.

26-10-2015
Mol, S., & Bus, A. (2011). Lezen loont een leven lang: De rol van vrijetijdslezen in de taal-en leesontwikkeling van kinderen en jongeren. Levende Talen Tijdschrift, 12(3), 3-15.

Onderzoeksvragen

In het onderzoek staan de volgende onderzoeksvragen centraal:

  1. Spelen ervaringen met prentenboeken een rol in de (ontwikkeling van de) taalvaardigheid van jonge kinderen? Wordt het verband tussen boeken lezen en taalvaardigheid sterker in de volwassenheid?
  2. Helpen prentenboeken bij het stimuleren van de vaardigheden die nodig zijn om woorden en zinnen snel en moeiteloos te kunnen ontcijferen? Worden deze vaardigheden nog beter na groep drie en vier, waarin ze veel en vaak geoefend worden?
  3. Is er een verband tussen woorden foutloos schrijven en zelfstandig boeken lezen in de vrije tijd?
  4. Is fictie lezen buiten schooltijd een geschikt middel om van zwakke lezers betere lezers te maken?
  5. Draagt het lezen van fictie bij aan het vergroten van de intellectuele vaardigheden en het succes in de samenleving?

Methode
Een meta-analyse, zoals uitgevoerd in dit onderzoek, integreert op een systematische manier de onderzoeksresultaten van meerdere vergelijkbare studies. In totaal zijn 85 studies geanalyseerd, op basis waarvan de rol van vrijetijdslezen in de ontwikkeling van zeven uitkomstmaten is onderzocht, namelijk:

  • woordenschat
  • leesbegrip
  • basisvaardigheden van lezen
  • technisch lezen
  • spelling
  • intelligentie
  • academisch succes


Conclusies

  1. Ervaringen met prentenboeken beïnvloeden zowel de taalvaardigheid van peuters en kleuters als de basisvaardigheden met betrekking tot lezen. Kinderen aan wie vaker is voorgelezen, hebben een grotere woordenschat, kennen vaker de namen en klanken van letters en kunnen de klanken in woorden beter identificeren dan kinderen aan wie weinig is voorgelezen. Bovendien wordt de relatie tussen vrijetijdslezen en alle taal- en leesvaardigheden sterker naarmate kinderen ouder worden.
  2. Basisschoolleerlingen, tieners en studenten in het hoger onderwijs die in hun vrije tijd veel lezen, zijn taalvaardiger, lezen beter en scoren beter op woordenschat, technisch lezen en spelling dan hun leeftijdsgenoten die minder vaak lezen. Dit is in lijn met het model van reciproque causaliteit of wederzijdse beïnvloeding: kinderen die plezier beleven aan het lezen van boeken, lezen vaker. Daardoor breiden zij hun taal- en leesvaardigheden uit, wat leidt tot meer succeservaringen bij het lezen van boeken. Deze succeservaringen motiveren kinderen dan weer om te blijven lezen en zo hun taal- en leesvaardigheden verder te ontwikkelen, ook wanneer externe druk van bijvoorbeeld ouders of leerkrachten afneemt. Kinderen die echter moeite hebben met lezen, ervaren minder leesplezier. Daardoor verkleint de kans dat ze in hun vrije tijd boeken lezen. Zonder deze leeservaringen breiden zwakke lezers hun taal- en leesvaardigheden niet uit, waardoor ze op school steeds meer achterop beginnen te hinken.
  3. Het foutloos schrijven van woorden houdt verband met vrijetijdslezen: vaardige lezers hebben meer aandacht voor de spelling van woorden dan zwakke lezers, die vaak een radende strategie gebruiken.
  4. Zwakke lezers stimuleren om buiten schooltijd zelfstandig te lezen, kan hen ondersteunen om meer basiskennis omtrent lezen op te bouwen en zo ook in de klas bij te blijven. Vrijetijdslezen blijkt immers voor deze groep een grotere rol te spelen in het uitbreiden van hun basisleesvaardigheden dan voor vaardige lezers. Mogelijk hebben zwakke lezers wel meer hulp nodig om boeken te vinden die aansluiten bij hun interesse en leesniveau.
  5. Het opbouwen van een leesroutine draagt bij aan het vergroten van intellectuele vaardigheden en succes in de samenleving.

De onderzoekers besluiten dat de taal-, lees- en spellingvaardigheid van een persoon beïnvloed wordt door de leeservaringen die een kind gedurende zijn ontwikkeling opdoet. Vroeg starten met voorlezen kan de basis leggen voor een voorleesroutine en voor leesplezier, wat dan weer kan evolueren naar zelfstandig en vrijwillig lezen in de vrije tijd. Daarom is het belangrijk om te investeren in de kwaliteit van voorlezen aan jonge kinderen, bijvoorbeeld in gezinnen met weinig ervaring met boeken, in peuterspeelzalen en kleuterklassen.

 

Contactpersoon