Gesprekken over het begrijpen van teksten in groep 7-8

6-7-2015

​In groep 7-8 breiden leerlingen, net als in de vorige groepen, hun kennis over zakelijke teksten en fictie uit en leren ze die kennis benutten bij het lezen van teksten. Het gaat vooral om het uitbreiden en verfijnen van kun kennis over tekststructuren en die gebruiken bij het lezen. In groep 5/6 hebben ze geleerd wat het verschil is tussen een feit en een mening. In groep 7/8 leren ze argumenten bij een mening herkennen.
Wat hun kennis over fictie betreft, leren ze verschillende genres steeds beter typeren. Daarnaast leren leerlingen zich bewust te zijn van leesstrategieën die je kunt inzetten bij het lezen. Ze leren ook steeds beter te reflecteren op hun  strategiegebruik. Het gaat om zich te oriënteren op inhoud en vorm van de tekst, op het leesdoel en op eigen voorkennis (kennis over de tekst en kennis over taal/teksten), om de manier van lezen af te stemmen op het leesdoel, en om na te gaan of het leesdoel bereikt wordt. Zo nodig stellen ze de aanpak bij. Ze beoordelen het resultaat van lezen in het licht van het leesdoel, ze stellen eventueel het taakresultaat bij en leren ervan voor een volgende keer. In de eerste jaren had de leraar bij het leren gebruiken van leesstrategieën een sterk sturende rol, in groep 7/8 is die rol vooral stimulerend en ondersteunend. De leerlingen leren de leesstrategieën en hun kennis over teksten en taal ook steeds beter in te zetten bij andere vakken.

Inzicht in de manier waarop kinderen zakelijke teksten begrijpen krijg je als leerlingen in een gesprek iets vertellen over: 

  • Tekstkenmerken die het kind gebruikt om een tekst te begrijpen (signaalwoorden)
  • Hoe het belangrijke informatie uit een tekst haalt
  • Het gebruik van leesstrategieën om tot begrip te komen
  • Het herkennen van het type tekst (informatief, betogend, instructief)

In Leerstoflijnen Lezen beschreven leest u in paragraaf 3.4.3 meer over het begrijpen en interpreteren van leerlingen in groep 7 en 8 (p.158-159).

​Een woordenboek?

​Mehemet pakt het boek "Ik zoek een woord", een bloemlezing met gedichten samengesteld door Hans en Monique Hagen. Hij weet niet wat voor een boek het is. "Een woordenboek" denkt hij (op basis van de titel?). Als de gespreksleider zegt "dat denk ik niet" gaat Mehemet op onderzoek uit. Hij leest een gedicht van K.Schippers:

Snelheid

Als ik het woord brood
lees hoe snel ga ik dan
van de eerste naar de
tweede o? En als ik
het schrijf?

Mehemet concludeert: "Je leert woordjes volgens mij". Hij lijkt overtuigd, maar komt dan op de eerste pagina terecht, waar een inleiding staat. Hij leest "Als je timmerman bent, werk je met hout. Een dichter werkt met taal". Nu weet Mehemet het niet meer. De gespreksleider vraagt hem: "Wat is dit nou voor een boek?". Mehemet bladert en leest nu in stilte enkele gedichten. Aangekomen bij de bronnenlijst stelt hij: "Het zijn verzen volgens mij. En gedichten." De gespreksleider beaamt dit.

Onderwijsbehoefte

Gespreksleider kan met Mehemet reflecteren op de strategieën die hij gebruikte om erachter te komen wat voor boek het is. Waarom dacht hij nou eerst met een woordenboek te maken te hebben? Hoe zag hij dat het geen woordenboek was? Hoe kwam het dat hij op het verkeerde been gezet werd?

 

​Oh nee, een reishandboek
​Lara heeft een reisgids over Marokko in haar hand. De gespreksleider vraagt haar welk boek ze in haar hand heeft. "Een boekje over Marokko", zegt Lara. "Wat is dat voor een boek?", vraagt de gespreksleider. Lara zegt dat ze op basis van de kaft eerst dacht dat het een heel ingewikkeld boek zou zijn, maar dat het niet ingewikkeld is geschreven. Ze illustreert dat met een stukje over de Ramadan, waarin staat: "Gek genoeg speelt eten een belangrijke rol in de Islamitische vastenmaand". "Dat is helemaal niet ouderlijk geschreven, zo voor grote mensen", zegt Lara.

Ze concludeert dat ze dit boekje prima zou kunnen gebruiken bij de voorbereiding van een spreekbeurt. Ze noemt verschillende onderwerpen die je daar voor zou kunnen gebruiken. Als de gespreksleider haar vraagt waar het boekje eigenlijk voor bedoeld is, antwoordt Lara: "Vooral voor werkstukken". Maar als ze dan de achterflap leest zegt ze opeens "Oh nee, laat maar 'een reishandboek'!"

Onderwijsbehoefte

Lara herkent het boekje in eerste instantie niet als reisgids. Ze ziet het vooral als een informatief boek met beschrijvende stukken over Marokko. De gespreksleider zou daar met haar verder over kunnen praten: hoe kwam het dat ze het niet als een reisgids herkende? Door te praten over de tekstkenmerken van reisgidsen en meer informatieve boeken over Marokko, krijgt Lara meer inzicht in de verschillende soorten teksten.


 

​7Days vs Leeuwarder Courant
​Ruben laat twee kranten zien: de 7Days, waarvan hij vertelt dat die elke week weer opnieuw verschijnt. Hij vertelt dat hij het leuk vindt om de 7Days te lezen, omdat er nieuws in staat dat hij graag bij wil houden. Daarna laat hij de Leeuwarder Courant zien. Hij zegt dat het eigenlijk een zelfde soort tekst is, maar dat de Leeuwarder Courant per dag verschijnt. Ruben laat hiermee zien dat hij het verschil tussen beide kranten kent, maar ook dat hij weet dat ze beide een zelfde soort informatie bieden (nieuws).

Onderwijsbehoefte

De gespreksleider kan verder met Ruben praten over de verschillen tussen een krant die wekelijks verschijnt en één die dagelijks verschijnt. Wat zou het gevolg daarvan zijn voor de inhoud van de krant? Welk soort artikelen kun je in welk soort krant vinden?


 

​De handleiding
​De gespreksleider geeft Ruben handleiding van een fotocamera en vraagt hem wat hij er van vindt. Ruben vertelt meteen dat het een boekje is over hoe iets werkt. Hij vertelt dat hij zo'n boekje niet zo maar gaat lezen, maar alleen als hij iets nieuws heeft gekregen waarvan hij niet weet hoe het werkt, bijvoorbeeld wanneer hij een nieuwe mobiel heeft gekregen.

Onderwijsbehoefte

Ruben herkent de tekstsoort meteen, maar weet hij ook hoe hij er mee om moet gaan? Lees je zo'n handleiding van voor naar achter of welke strategieën zijn daar bij handig?


 

​Waarom dit boek?
​Inam heeft het boek 'Niks zeggen!' gepakt. Ze heeft voorafgaand aan dit fragment in het gesprek uitgelegd waarom ze dit boek pakte: ze oriënteert zich bij het uitkiezen van boeken altijd op de illustratie op de kaft en de titel. Van dit boek leek de kaft haar aantrekkelijk en de titel suggereerde dat het over spannende geheime dingen zou gaan. Het fragment begint als de gespreksleider haar vraagt of ze ook wel eens in het boek kijkt ter oriëntatie. Inam vertelt dat ze daarbij ook let op de afbeeldingen: "Je kan dit boek wel lezen, maar je moet wel weten hoe het voelt" en dat kun je zien aan de plaatjes.

Onderwijsbehoefte

Inam heeft de illustraties nodig om te begrijpen wat de hoofdpersonen voelen. Dat is een interessant uitgangspunt voor een gesprek met haar over het begrijpen en inleven in karakters en gebeurtenissen in het boek. Kun je gevoelens alleen aflezen uit de tekeningen bij het verhaal? Welke aanwijzingen kun je in de tekst vinden?


 

Contactpersoon