Sector

  • Po

Vakgebied

  • Nederlands

Vakinhoud

  • Begrijpend lezen
  • Literatuur/Fictie

Leerplankundig thema

  • Leerlijn
  • Referentiekader
  • Referentieniveaus

Trefwoorden

  • Leesgesprekken

Gesprekken over leesomgeving

30-6-2015

De leesomgeving

Wat leerlingen lezen, kunnen we niet los zien van de omgeving waarin ze lezen. Lezen vindt altijd ergens plaats en de omgeving waar je leest heeft invloed op je manier van lezen. Daarnaast spelen ook het aanbod aan boeken, de stemming waarin je bent, de tijd die je voor lezen  hebt een rol. Al die dingen samen beïnvloeden de manier waarop we lezen. Ze vormen de sociale context van het lezen: de leesomgeving (Chambers, 1995, p. 9).

Kinderen kunnen in leesgesprekken ook vertellen over hun leesomgeving;

  • Fragmenten over de leesomgeving thuis
  • Fragmenten over de leesomgeving op school.

We maken een onderscheid tussen wat ze vertellen over de materiële (boeken) en over de immateriële leesomgeving (activiteiten) (Van Koeven et al., 2006).

Materiële leesomgeving

​De materiële leesomgeving bestaat in de eerste plaats uit boeken en andere teksten. Het is voor kinderen van belang dat ze in aanraking komen met een gevarieerd aanbod van verschillende soorten teksten, zowel fictie als non-fictie. Regelmatig nieuwe teksten en boeken in de klas prikkelt de nieuwsgierigheid bij leerlingen. Daarnaast moeten de teksten en boeken bereikbaar zijn voor leerlingen: ze staan of liggen zo, dat ze gemakkelijk door kinderen gepakt kunnen worden, niet alleen in de schoolbibliotheek op een centrale plek in de school, maar ook in het eigen lokaal. Zie bijvoorbeeld het fragment Elke vrijdag.

Elke vrijdag

Geef niet op​

 

Immateriële leesomgeving

De immateriële leesomgeving bestaat uit activiteiten die het lezen van kinderen stimuleren en uit verwerkingsactiviteiten waardoor kinderen kunnen reageren op wat ze gelezen hebben. Activiteiten organiseren die het lezen stimuleren zijn gericht op leesbereidheid, leesmotivatie en leesvoorkeur, maar zijn ook gericht op leerlingen de tijd en de ruimte bieden om te lezen. Naast activiteiten die het lezen stimuleren gaat het ook om activiteiten waardoor kinderen kunnen reageren op wat ze gelezen hebben. Zie bijvoorbeeld het fragment Geef niet op.

In de Leerstoflijnen lezen beschreven leest u in paragraaf 2.2.1 meer over de leesomgeving, zowel het belang vaneen goede en gevarieerde materiële leesomgeving als ook het belang van een goede en gevarieerde immateriële leesomgeving. In de Leerstoflijnen wordt geen onderscheid gemaakt in groepen, een goede leesomgeving verschilt niet van groep 1 tot en met groep 8.


 

Contactpersoon