Lopende projecten

 

Sector

  • Po
  • Vo

Vakgebied

  • Nederlands

Vakinhoud

  • Taalbeschouwing

Leerplankundig thema

  • Vakvernieuwing & vakdidactiek

Vakspecifiek thema

  • Genredidactiek
  • Referentiekader
  • Geletterdheid

Wie heeft Bello gezien? Kennis over taal bij Nederlands

8-12-2016

​Leeuw, B. van der & Meestringa, T. (2016). Wie heeft Bello gezien? Kennis over taal bij Nederlands. In: Levende Talen Magazine 103/7, p. 13-19.

​In het schoolvak Nederlands ligt de nadruk op taalvaardigheid. Daarnaast is er aandacht voor fictie en literatuur en voor kennis over taal. Die kennis over taal wordt vaak vereenzelvigd met grammatica (lees: zinsontleding en woordbenoeming) en is als zodanig al decennia onderwerp van discussie: wat hebben leerlingen aan expliciete kennis over de schoolse grammatica van het Nederlands? Dit artikel stelt opnieuw de vraag welke kennis over taal relevant is voor leerlingen en hoe je die in een leerplan kunt vastleggen.

De auteurs hanteren daarbij het volgende onderscheid:

  • taalkennis ten dienste van taalvaardigheid (geletterdheid). om over taal te kunnen praten, de betekenis van taal in context beter te kunnen begrijpen en waarderen. We noemen dit instrumentele kennis over taal.
  • taalkennis ten dienste van culturele en intellectuele vorming. Deze kennis heb je nodig om verantwoorde, onderbouwde uitspraken te kunnen doen over onderwerpen als taalvariatie, taalverandering, jongerentaal, en meertaligheid die in onze samenleving een rol spelen. Dit gebied noemen we culturele kennis over taal.

In hun bijdrage concentreren zij zich op het eerste. Onderwijs in taalvaardigheid kan niet bestaan zonder over taal en taalgebruik te spreken en daarop te reflecteren. De vraag is dus met welke termen we over taal en taalgebruik kunnen nadenken en spreken, ofwel, welke vaktaal hanteren we in het schoolvak Nederlands?