Een onderzoeksverslag

8-12-2015
​​​Uit onderzoek is gebleken dat een belangrijk percentage van de leerlingen laag scoort op het gebied van woordenschat in schooltaalboeken en dat het taalgebruik van docenten door hen als moeilijk wordt ervaren. De vraag is of dit op CSG Prins Maurits herkenbaar is. Het gaat in dit onderzoek met name om havo-4 -leerlingen.

Korte beschrijving
In het onderzoeksverslag  staan onder meer de volgende zaken: 
  • achtergronden van de schooltaalwoordenproblematiek;
  • leerlingen- en docentenenquêtes en een instaptoets om te bezien in hoeverre de problematiek op CSG Prins Maurits speelt;
  • een lessencyclus: doel is om te komen tot een effectieve manier om schooltaalwoorden aan te leren. Deze lessen zijn gegeven aan twee havo-4- klassen.
Wat zijn schooltaalwoorden?
Definitie: ‘Schooltaal betreft het gebruik voor cognitief complexe gedecontextualiseerde communicatie in schoolse instructiecontexten’. Het gaat om voor leerlingen moeilijke abstracte taal op school tijdens verschillende taalvaardigheidstaken als lezen, schrijven, luisteren en spreken. In dit onderzoek ging het om de receptieve woordenschat.

Schooltaalwoorden: een onderschat probleem
  • leerlingen hebben moeite met schoolboekteksten:
  • leerlingen begrijpen vaak de vragen niet die bij teksten gesteld worden. Dat geeft problemen bij de beantwoording;
  • het (moeilijke) taalgebruik van docenten.
Uitslag docenten- en leerlingen enquêtes
  • docenten op CSG Prins Maurits zijn zich bewust van de problemen die zich voordoen op het gebied van de schooltaalwoorden;
  • leerlingen vinden het taalgebruik van docenten niet te moeilijk, wel dat van de schoolboekteksten;
  • leerlingen ervaren steun van de docenten.
Twee aandachtspunten: 
  1. ​Correctie door docenten op het gebruik van schooltaalwoorden kan beter.
  2. Docenten denken dat ze strategieën aanleren om de betekenissen van schooltaalwoorden op te zoeken. Dat wordt gelogenstraft. Leerlingen vragen gewoon het antwoord aan de docent.
Instaptoets
Deze bestond uit 75 zinnen met een schooltaalwoord. Deze toets is twee keer afgenomen. Aan het begin van het onderzoek en aan het eind. De eerste keer behaalden de beide havo 4 klassen gemiddeld een 7. Dat is vergeleken met andere onderzoeken ruim voldoende.

Activerende didactiek
Definitie: ‘Een manier van lesgeven waarbij de nadruk ligt op maatregelen en activiteiten die de docent onderneemt om het zelfstandig en actief leren te bevorderen’. 
Bij de lessenserie is het ‘Vijffasenmodel' van Van de Laarschot gebruikt.

Deze bestaat uit de volgende fasen:
  1. oriënteringsfase: leerling richt zich op het woordbeeld;
  2. aanbodsfase: nieuwe woorden worden in een context aangeboden;
  3. semantiseringsfase: aanvullende informatie over het schooltaalwoord;
  4. consolideringsfase: het inslijpen van het woord met behulp van activerende werkvormen;
  5. herhalingsfase: controleren of leerlingen alle nieuwe schooltaalwoorden nog kennen.
Eindconclusies en aanbevelingen:
  • ​Docenten schatten het schooltaalwoordenprobleem op zo’n 30%.
  • De huidige methode voor de bovenbouw is didactisch niet up-to-date.  Aan dit laatste wordt gewerkt door de invoer van nieuwe methode.
  • De resultaten op CSG Prins Maurits wijken niet significant af van andere scholen voor voortgezet onderwijs.
  • Meer beroep doen op de creativiteit van leerlingen.
  • Meer herhalen van de schooltaalwoorden en meer aandacht voor correctie door docenten.
  • Aan het begin en aan het eind van het vierde leerjaar een (instap)toets geven waaraan een cijfer wordt geplakt.
  • Het ‘Vijffasenmodel’ van Van de Laarschot is goed bruikbaar als strategie.