Taalschrift

1-12-2015

​​​​​​​​​​​​​​Een taalschrift

​Om zaakvakteksten goed te begrijpen en om zaakvakken goed te doorgronden, is  diep begrip nodig van de in het vak gehanteerde terminologie. Daarnaast blijkt het begrijpen en vooral samenvatten van schoolboekteksten bij zaakvakken nogal eens problematisch, omdat de veelal korte teksten een zeer hoge informatiedichtheid hebben, met weinig signaalwoorden. Op het Oranje Nassau College werkt een aardrijkskundedocent met een 'taalschrift'  waarin op verschillende manieren aandacht wordt besteed aan de te leren

begrippen en aan de schoolboekteksten.

Aanpak

De leerlingen krijgen allemaal een schrift op A4-formaat. In dat schrift maken zij -
aanvankelijk in opdracht van de docent, maar later steeds vaker zelfstandig - allerlei
opdrachten die te maken hebben met taal.

 

Inhoud van het taalschrift

In het taalschrift kunnen verschillende typen opdrachten voorkomen, bijvoorbeeld:  
  • begrippenlijsten
  • toetsvragen met antwoorden
  • schema's van leerteksten
  • puzzeltjes

Lesideeën bij het taalschrift

1. Begrippenlijsten
De docent leest samen met de leerlingen de tekst en wijst ze op alle moeilijke woorden en begrippen. De leerlingen nemen deze woorden over in hun taalschrift en samen met de docent bepalen ze van elk woord de betekenis. Als ze aan de werkwijze gewend zijn,  zoeken de leerlingen zelfstandig de moeilijke woorden op en bepalen ze de betekenis ervan. In een onderwijsleergesprek worden de bevindingen besproken.

2. Toetsvragen met antwoorden
Leerlingen maken in tweetallen proefwerkvragen en antwoorden bij de leerstof. De docent  kondigt aan dat een aantal vragen van leerlingen op het proefwerk terugkomt. De ervaring leert dat leerlingen door die afspraak gemotiveerd aan de slag gaan.

3. Schema's van leerteksten
De leerlingen bewerken de korte studieboekteksten tot schema's waarin de verbanden tussen de informatie-elementen naar voren komen. Daarvoor leren ze te werken met vaste symbolen (bijvoorbeeld voor oorzaak, gevolg en met  opsommingtekens). Laat leerlingen na afloop de schema's in een lopend 'verhaal'  aan elkaar vertellen. De docent begeleidt het maken van de schema's aanvankelijk, maar in de loop van de tijd werken leerlingen steeds zelfstandiger.

4. Puzzeltjes
Nieuwe woorden en begrippen moeten regelmatig worden herhaald. Met puzzeltjes kunnen woorden op een prikkelende manier terugkomen.
 
Variant: een Wiki
Organiseer het taalschrift in de vorm van een Wiki, waaraan leerlingen zelf begrippen, toetsvragen met antwoorden, schema's en samenvattingen kunnen toevoegen. Neem zelf de rol van webbeheerder aan.