Problemen

27-8-2015
​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​Als leerlingen van de basisschool het voortgezet onderwijs binnenkomen, hebben ze in principe alle relevante leerstof op het gebied van spelling en interpunctie gehad. Dit blijkt uit de vragen in de Cito-eindtoets basisonderwijs, en uit de standaarden van de Inspectie. Maar onderzoek en recente klachten vanuit de samenleving laten zien dat veel leerlingen aan het einde van het basisonderwijs nog veel fouten maken in spelling en interpunctie. 

Docenten Nederlands binnen de vakcommunity Nederlands (2007):  en op een bijeenkomst van Levende Talen en SLO (2007) signaleren bijvoorbeeld de volgende fouten:

  • Hij wou zegge dat ie me fiets heeft gemaakt.
  • Dat word leuk, als dat gebeurd.
  • Jouw in plaats van jou en vice versa: ik geef het aan jouw, dit is jou boek. Idem met uw en u.
  • Verkeerde plaatsing van komma's in en tussen zinnen.
  • Naar in plaats van na: naar het eten ga ik tv kijken.
  • Geen hoofdletters gebruiken.
  • Hij zij in plaats van hij zei.
  • Is of es in plaats van eens.
  • Der in plaats van haar.
  • Verwarring tussen s/z en f/v: verbasen, diefen.
  • Foute afkortingen.
  • ​Foute spelling in open en gesloten lettergrepen. 

Veel fouten lijken veroorzaakt door een zelfde uitgangspunt van de leerlingen: schrijven zoals je spreekt. Daarnaast maken leerlingen veel interpunctiefouten en daarmee verwante fouten. Meer toelichting op deze fouten.   

Mogelijke oorzaken
Werkwoordsspelling lijkt het meest hardnekkige spellingprobleem. Waarom eigenlijk? Taalkundig gezien is het toch een van de meest helder beregelde domeinen van de Nederlandse spelling. Uit ond​erzoek blijkt dat het woordbeeld eerder dan het regelsysteem te hulp wordt geroepen om vast te stellen wat de juiste spelling is. Omdat het woord ‘gebeurd’ vaker voorkomt dan ‘gebeurt’, schrijft men al snel ‘het gebeurd’. 

Sandra e.a. (2001) trekken de volgende conclusies:​

  • Het is dus niet zo dat wie fouten maakt per se de vereiste grammaticale kennis niet heeft of minder intelligent of geletterd zou zijn. Natuurlijk moeten docenten wel doorgaan met het signaleren van deze fouten.
  • Werkwoordfouten kunnen alleen worden aangepakt op het niveau van bewuste aandacht. Maar tijdens het schrijfproces is die aandacht vaak niet mogelijk.
  • Op spelling moet geoefend worden, in het bijzonder het aspect zelfcontrole van spelling in schrijfproducten, tot op het einde van het voortgezet onderwijs. De regels van de werkwoordsspelling vereisen heel wat vaardigheid in syntactische analyse, en het hiervoor vereiste abstractievermogen krijgen veel kinderen pas op de leeftijd van 13-14 jaar. 

Literatuur
Sandra, D., F. Daems en S. Frisson (2001), Zo helder en toch zoveel fouten! Wat leren we uit psycholinguïstisch onderzoek naar werkwoordsvormen bij ervaren spellers? Vonk 30, nr. 3, p. 3-21.