Het inspectierapport Spellenderwijs

1-12-2015

​​​​​​In 1996 evalueerde de Inspectie de kwaliteit van het onderwijs in spelling en interpunctie en bracht daarvan verslag uit in het rapport Spellenderwijs (1997). 24 inspecteurs gingen op (een representatieve steekproef van) 149 basisscholen na hoe het onderwijs in spelling en interpunctie  plaatsvond. Ze bekeken daar de leerstof die de leerlingen feitelijk kregen aangeboden (inhouden), de wijze waarop het aanbieden verliep (vakdidactiek), de mate waarin de vorderingen van de leerlingen systematisch werden gevolgd en vastgesteld (evaluatie) en de mate waarin rekening werd gehouden met relevante verschillen tussen de leerlingen (differentiatie). Voor elk van deze vier aspecten had de Inspectie vooraf standaarden gedefinieerd. De standaard van de Inspectie voor inhouden geeft een duidelijk beeld van wat naar haar mening in het basisonderwijs verwacht mag worden aan onderwijs in spelling en interpunctie. Ze volgt hieronder.  

Standaard 1 inhouden & structuur/opbouw
De leerinhouden die de leerlingen feitelijk krijgen aangeboden komen overeen met het in de kerndoelen geïndiceerde onderwijsaanbod. Het onderwijs in spelling en interpunctie wordt efficiënt en effectief georganiseerd.  

Substandaard 1.1: spelling
In de leerinhouden is het leren van de beginselen en regels van de Nederlandse spelling opgenomen. De volgende leerinhouden komen voor:
a. het gebruik van klinkers (gedekte klinkers-vrije klinkers-sjwa-tweeklanken) en medeklinkers
b. het basisbeginsel van standaarduitspraak
c. afwijkingen van het basisbeginsel, te weten:
    - beginselen van vormovereenkomst (gelijkvormigheid-overeenkomst) en etymologie
    - regels voor verdubbeling bij gedekte klinkers en verenkeling van vrije klinkers
    - verwaarlozen van afwijkingen als gevolg van assimilatie en klinkerverzwakking
      in lopende spraak
d. de spelling van tussenklanken in samenstellingen
e. het gebruik van het afbreekteken
f.  het gebruik van hoofdletters
g. het gebruik van het liggend streepje (koppelteken)
h. het gebruik van het trema
i.  het gebruik van de apostrof
j.  het gebruik van accenttekens
k. de spelling van woorden van vreemde herkomst (voorzover die voorkomen in jeugdtaal)
l. de grammaticale functies die van invloed zijn op de spelling van woorden
   (getal-tijd-persoon-modaliteit).

(norm: om aan substandaard 1.1 te voldoen mag maximaal indicator j ontbreken). 

Substandaard 1.2: interpunctie
In de leerinhouden is het gebruik van de leestekens opgenomen.

De volgende leerinhouden komen voor:
a. de punt
b. de komma
c. de puntkomma
d. de dubbele punt
e. het vraagteken
f.  het uitroepteken
g. de aanhalingstekens.

(norm: om aan substandaard 1.2 te voldoen mag maximaal indicator c ontbreken). 

Uit het onderzoek blijkt dat gemeten naar deze standaard het onderwijsaanbod voor spelling op 62 % van de basisscholen goed was, op 28 % voldoende, en op 10 % onder de maat.

Op het onderwijsaanbod voor interpunctie scoorde de helft van de scholen matig tot voldoende; van de andere helft beoordeelde de Inspectie de kwaliteit als onvoldoende. 

Literatuur
Inspectie van het Onderwijs (1997), Spellenderwijs. Een evaluatie van het onderwijs in spelling en interpunctie op de basisschool. SDU, Den Haag.