De Cito-toets eind basisonderwijs: spelling en interpunctie

1-12-2015

​​​​​De Cito-toets eind basisonderwijs: spelling en interpunctie 
De Cito-toets geeft, gezien zijn grote verspreiding, een indicatie van wat in het basisonderwijs wordt aangeboden aan leerstof voor spelling en interpunctie. Veel leerkrachten en methodes zullen het onderwijs afstemmen op wat in de Cito-toets wordt gevraagd.  

Spelling
De Cito-toets eind basisonderwijs (2003) bevat honderd items over taal, verdeeld over vier taken. Daarvan hebben twintig items betrekking op spelling. De items zijn in de meerkeuzevorm en hebben vier à vijf antwoordmogelijkheden. 

Van de twintig items over spelling gaat de helft over werkwoordsspelling. Leerlingen moeten de volgende fouten herkennen: schudt (jij), omgedraait, biedt (jij), verroestte, gerepareert, (liet me niet) uitpraatten, betradt, stralent, trachte, onthoudden 

De andere helft van de items gaat over diverse spellingvraagstukken. De volgende foute vormen moeten worden herkend: haarbant, schaduuw, programmaas, fonken, laaste, primietiev, koningklijke, friesland, schitterent, plotzeling. 

Interpunctie
Vijf van de honderd items in de Cito-toets (2003) gaan over interpunctie. Deze items over interpunctie veronderstellen dat de leerling komma's, aanhalingstekens, uitroeptekens en vraagtekens correct gebruikt.