Tip 9: Schematisch samenvatten

1-12-2015
​Bespreek een tekst met leerlingen door relaties tussen begrippen en tekstdelen te visualiseren op het bord. Maak een schema of netwerk rondom een woord waarin relaties tussen begrippen in de tekst duidelijk worden. Een woordspin volstaat hier niet. Bespreek ook met de leerlingen met welke woorden je de relaties tussen de begrippen kunt benoemen.

Gebruik
  • een eenvoudige tabel (met twee of meer kolommen) om gerelateerde begrippen naast elkaar te zetten: onderwerp en deelonderwerpen, voorbeelden of toelichting bij deelonderwerpen, definities bij begrippen, doel en middelen, meningen voor en tegen;
  • boomschema’s als er sprake is van een hiërarchie, bijvoorbeeld een hoofdgedachte/conclusie met argumenten en subargumenten;
  • een stroomschema als er sprake is van gebeurtenissen in een bepaalde volgorde: chronologie, gelijktijdigheid, oorzaken en gevolgen;
  • een Venn-diagram als er sprake is van overeenkomsten en verschillen (in kenmerken).