5. Woordenschat

1-12-2015

​Via modeling kan de docent zelf de aandacht vestigen op moeilijke woorden. Maar het initiatief kan ook bij de leerlingen worden gelegd. Leerlingen zijn nogal eens geneigd te denken dat in een tekst geen moeilijke woorden staan: ze lezen erover heen en richten zich op wat ze wel begrijpen. Bij navraag blijken ze bepaalde woorden toch niet te kennen. Overigens verdienen leerlingen dan geen standje, maar juist een pluim: het negeren van moeilijke woorden is een effectieve strategie bij het oplossen van begripsproblemen.


Toch willen we juist in de taalles dat leerlingen hun woordenschat uitbreiden. En we willen ze ook andere effectieve strategieën voor het oplossen van woordbetekenisproblemen aanleren.


Een manier om leerlingen bewuster met onbekende woorden om te leren gaan is de tekst hardop te (laten) voorlezen en de leerlingen te vragen hun vinger op te steken zodra ze een onbekend woord tegenkomen. De docent kan direct op de vingers reageren, of wachten totdat een alinea is gelezen. In een onderwijsleergesprek wordt de betekenis van de genoemde woorden gezamenlijk bepaald. Immers: er zijn vaak leerlingen in de klas die het moeilijke woord wel kennen. Het afleiden van woordbetekenissen uit de vorm van het woord, de context of door een verband te leggen met de werkelijkheid kan bovendien gemodeld (zie nummer 3) worden.​