4. Sleutelvragen

1-12-2015
Door sleutelvragen bij de tekst te stellen kan de docent leerlingen stimuleren om na te denken over de betekenis van de tekst. In een onderwijsleergesprek stelt de docent relevante vragen, bijvoorbeeld: Wie komen er in deze tekst allemaal aan het woord? Wat zeggen die mensen? Of: Over welk probleem gaat deze tekst? Welke oorzaken worden  daarvoor genoemd? Welke oplossingen komen er aan bod? Waaraan zie je dat er een oplossing wordt genoemd?

 

Een heel specifieke manier van sleutelvragen stellen is 'Vraag het de schrijver'. Bij deze methodiek ervaren leerlingen dat de tekst geen onberispelijk, onneembaar fort is, maar het product van het denkwerk van een persoon, de auteur, die zich ook niet altijd even goed uitdrukt. Bij 'Vraag het de schrijver' stelt de docent vragen als: Wat probeert de auteur te zeggen? Wat bedoelt de auteur daar eigenlijk mee? Hoe past wat de auteur hier zegt bij wat eerder is gezegd? Is dit een heldere manier om dat te zeggen? Legt de auteur dit duidelijk uit? Waarom wel of niet? Wat ontbreekt er nog? Hoe vinden we dat? 

‚Äč
De kracht van 'Vraag het de schrijver' is dat de aandacht wordt verlegd van de lezer naar de schrijver. Het gaat niet meer om de voor zwakke lezers bedreigende vraag 'Wat heb ik van de tekst begrepen?' maar om de vraag: 'Wat heeft de schrijver eigenlijk bedoeld?'