Tips

27-8-2015

​​​Leerlingen hebben moeite met het schrijven van correcte en communicatief effectieve zinnen. De oorzaken hiervan lijken te liggen bij de schrijfhouding en schrijfnormen van leerlingen, de didactiek van het taalonderwijs en de gebrekkige aandacht voor taalvaardigheid bij andere vakken.

Vergroot het schrijfbewustzijn en het schrijfgeweten van leerlingen


Onder schrijfbewustzijn verstaan we: weten wat je aan het doen bent tijdens het schrijven, de juiste keuzes kunnen maken (woorden, zinsstructuur) om je schrijfdoel te bereiken.
Onder schrijfgeweten verstaan we de wil om goed te schrijven, om je gedachten helder over te brengen. Daarbij hoort aandacht voor revisie.
  • Benut wat leerlingen al weten over zinnen en schrijven. En begin met schrijven, niet met theorie. 
  • Besteed expliciet aandacht aan het zinsniveau bij schrijfonderwijs. 
  • Besteed veel aandacht aan reflectie op geschreven zinnen.   

Maak schrijven interessanter voor leerlingen

Besteed bij andere vakken ook aandacht aan schrijven

 

De docent Nederlands kan verschillende initiatieven ontplooien om goed formuleren bij andere vakken te stimuleren. Meer algemene informatie over schoolbreed taalbeleid en taalgericht vakonderwijs is te vinden op www.taalgerichtvakonderwijs.nl.
  • Werk in de les Nederlands aan schrijftaken van andere vakken. Bespreek met leerlingen de kenmerkende vaktaal en vakwoorden.
  • Stimuleer collega’s om leerlingen zelf ‘echte’ tekstjes te laten schrijven over vakleerstof
  • Adviseer collega’s van andere vakken om de leerlingen ‘schrijfkaders’ aan te bieden: de structuur voor een tekst, met beginzinnen.

Inhoudsopgave​

Tip 1: Begin met schrijven
Tip 2: Zinsniveau
Tip 3: Reflectie
Tip 4: Functionele schrijfopdrachten
Tip 5: Taalplezier
Tip 6: Betrokkenheid
Tip 7: Schrijftaken van andere vakken
Tip 8: Schrijven over vakleerstof
Tip 9: Schrijfkaders


1 Begin met schrijven

Laat taalbeschouwing volgen op taalgebruik, begin er niet mee

Leerlingen hebben ervaring als taalgebruikers en ze hebben intuïties over taalgebruik. Ze weten of voelen aan wat een goede zin is, hoe je iets netjes zegt, wat een brief is, etc. Dat is hun voedingsbodem als ze iets gaan schrijven. Pas in tweede instantie zijn ze (mits daartoe aangezet) geneigd tot kijken naar de taal, tot een metatalige blik. De meeste methodes beginnen omgekeerd: eerst theorie dan toepassing. (Veel vormoefeningen op zinsniveau blijven zelfs bij theorie steken). Dat is niet natuurlijk, noch motiverend.

In Neejandertaal zijn tal van oefeningen opgenomen die beginnen met een communicatieve schrijfopdracht en pas daarna focussen op de vorm. Op www.neejandertaal.be zijn alle oefeningen uit deze methode vrij te downloaden.
Terug omhoog...​


2 Zinsniveau​

Kijken naar een schrijfproduct op zinsniveau kan niet pas gebeuren ‘als de inhoud af is’. Gedachten op papier krijgen begint op zinsniveau, met kiezen van woorden en zoeken naar structuur.

Leerlingen hoeven niet altijd een groot of compleet schrijfproduct te maken om te leren schrijven. Je leert zorgvuldiger omgaan met woordkeuze en zinsbouw als je in het klein daarvan effect ziet. Zie ook Praktijk > Belang van zinsniveau.​

Terug omhoog...​



3 Reflectie

Besteed veel aandacht aan reflecteren

Geef reflectie op schrijven vorm door

  • schrijven en nadenken over schrijven los te koppelen: observerend schrijven

  • een lezer/commentator te gebruiken

  • open feedback te geven

  • leerlingen hardopdenkend te laten formuleren hoe hun tekst beter kan

  • leerlingen te laten werken aan revisie en evaluatie van hun tekst met kaarten metstandaardzinnen voor evaluatie en verbetering van de tekst

  • laat leerlingen reflecteren op de informatie én op de volgorde waarin deze in de tekst staat.

Terug omhoog...​



4 Functionele schrijfopdrachten

Geef schrijfopdrachten die ook in de werkelijkheid schrijftaken zijn. Geef kortom functionele opdrachten met een duidelijk omschreven doel en publiek. Als een tekst echt buiten de klas nodig is, dan willen leerlingen dat het er goed uitziet.

Niet: Schrijf een brief aan de koningin om uit te leggen waarom er geen rondweg om jouw dorp mag komen (onrealistisch).
Wel: schrijf een conceptbrief waarmee we sponsors kunnen werven voor ons vakoverstijgend project (deze brief wordt echt verstuurd). 

Terug omhoog...​



5 Taalplezier

Zoek of maak schrijfopdrachten die een beroep doen op lol in taal, spelen met taal, iets willen uitdrukken. Gebruik werkvormen uit de hoek van creatief schrijven, of cursussen fictie schrijven. Daarin wordt vaak op zinsniveau uitgeplozen wat het effect is van woordkeus en zinsbouw. Zie bijvoorbeeld www.taalvorming.nl.

Terug omhoog...​



6 Betrokkenheid

  • Geef leerlingen ruimte voor eigen invulling van vorm, inhoud en aanpak bij het schrijven. Hoe meer ze zich iets kunnen voorstellen bij wat ze moeten doen, hoe meer er geleerd wordt.

  • Geef zoveel mogelijk opdrachtspecifieke en leerlingspecifieke feedback. Feedback werkt het beste als je commentaar krijgt op hoe adequaat je je boodschap overbrengt: wat wilde je precies overbrengen?

Terug omhoog...​


7 Schrijftaken van andere vakken

  • Bij verschillende vakken spelen verschillende taal-denkrelaties een rol. Zo is bij geschiedenis de oorzaak-gevolgrelatie van belang. Bij aardrijkskunde is het denken in schalen belangrijk. Overleg met vakdocenten welke taal-denkrelaties voor leerlingen moeilijk zijn. Besteed hier expliciet aandacht aan tijdens het vak Nederlands.

  • Vraag aan uw vakcollega's welke schrijfopdrachten leerlingen moeten maken en oefen daarmee in de les Nederlands.

  • Geef feedback die gericht is op die ene specifieke schrijftaak (voor een bepaald vak). Juist omdat je niet altijd op de hoogte bent van de leerstof van andere vakken kun je goed de rol van onbevangen lezer spelen. Stel vragen als: Welke gedachte wil je formuleren? Vertel daar eens wat meer over. Hoe noem je dat bij aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, wiskunde? Gebruik je de juiste (vak)woorden in je tekst? Is de relatie tussen de begrippen duidelijk genoeg? Begrijpt een ander ook wat je zegt?

Terug omhoog...​



8 Schrijven over vakleerstof​

Stimuleer vakcollega's om realistische schrijfopdrachten te geven waarbij leerlingen oefenen in het precies uitdrukken van hun kennis over het vak. Het is beter leerlingen een stukje voor de schoolkrant van de basisschool te laten schrijven over de leerstof dan ze een essay-opdracht te geven of te laten samenvatten. Het kan ook goed werken leerlingen een meer creatief schrijfproduct te laten maken (een rap of dagboekfragment) voor de zaakvakken. Ze spreken dan eerder hun ervaring en voorkennis over het onderwerp aan. Zie onder andere www.taalgerichtvakonderwijs.nl

Terug omhoog...​


9 Schrijfkaders

Een schrijfkader is een tekst waarvan alleen de beginzinnen zijn gegeven. Leerlingen moeten de tekst aanvullen, bijvoorbeeld op basis van voorkennis of het geleerde. Het helpt leerlingen te formuleren. Zo doen ze ook ervaring op met verschillende (nieuwe) genres zoals een practicumverslag. De mate van steun bij het schrijfkader kan variëren:

  • alleen beginzinnen zijn gegeven

  • vooral te gebruiken vakwoorden

  • met gebruikmaking van een eerder gemaakt schema

Schrijfkaders kunnen vakspecifiek ingevuld worden door bijvoorbeeld beginzinnen te wijzigen. Er bestaan schrijfkaders voor verschillende tekstsoorten, bijvoorbeeld een verslag, een vergelijkende tekst, een overtuigende tekst, enzovoort. 

Voorbeelden schrijfkaders 

Verslag 

Over het onderwerp ...... wist ik al.....
Ik heb nu geleerd dat....
Ook heb ik geleerd dat...
Iets anders wat ik te weten ben gekomen, is dat....
Tot slot heb ik geleerd dat... 

 

Vergelijken: overeenkomsten 

Hoewel een … en een ... verschillend zijn, lijken ze ook op elkaar.
Ze hebben bijvoorbeeld allebei …
Een andere overeenkomst is dat een … en een … beiden ….
De ... is net zo … als ...
De .... lijkt op ....., want …
Tot slot zijn ze allebei .... 

 

Mening geven 

Mijn mening over ..... is dat.....
Ik heb een aantal argumenten voor mijn mening.
Ten eerste ...
Ten tweede...
Ten derde...
Sommige mensen zijn het niet met mij eens. Zij vinden bijvoorbeeld dat....
Hun argument is dat....
Ze hebben volgens mij ongelijk, want…
Wat ik vind is dus …. 


Extra taalsteun kan bestaan uit het geven van vakwoorden die gebruikt moeten worden in de tekst. Bij het geven van een mening over klimaatverandering ziet de opdracht voor leerlingen er dan als volgt uit: 

Mening geven over… 

Geef je mening over de rol van mensen (bijvoorbeeld door het gebruik van auto's, industrie, enzovoort) bij de klimaatverandering (opwarming van de aarde). Gebruik de volgende woorden: opwarming, zon, CO2, broeikaseffect, poolkap, ijs, verwoestijning, stand van de aarde ten opzichte van de zon, houtkap, energiegebruik 

Mijn mening over ..... is dat.....
Ik heb een aantal argumenten voor mijn mening.
Ten eerste ...
Ten tweede...
Sommige mensen zijn het niet met mij eens. Zij vinden bijvoorbeeld dat....
Hun argument is dat....
Een ander argument is dat...
Ik vind dat ze ongelijk hebben, omdat....​


Terug omhoog...​