Problemen

27-8-2015

​​​​​​​​​​​​​​​​​Klachten uit de praktijk

Er wordt veel geklaagd over het schriftelijk formuleren van leerlingen en studenten in VO, MBO en HO. De klachten gaan over de vorm van zinnen, over de inhoud van zinnen en over de motivatie voor goed schrijven.


Vorm

  • ​​​​D​e zinsbouw is niet in orde: ze schrijven slordig, zinnen lopen niet goed.

  • Leerlingen maken veel spelfouten, vooral in werkwoordsvormen op d en t.​

​Inhoud

  • ​​L​​​eerlingen zijn niet in staat tot een heldere gedachtengang (op papier) en bereiken daardoor hun communicatieve doel niet of nauwelijks.

  • Ze hebben een kleine woordenschat, weinig ‘taalrijkdom’ en gebruiken vaak clichézinnen in plaats van zelf te formuleren. 

​Motivatie en betrokkenheid

​​

  • ​De meeste leerlingen zijn weinig gemotiveerd voor het huidige (grammaticale) zinsbouwonderwijs.

  • De leerlingen passen wat ze geleerd hebben in oefeningen over zinsbouw en schrijven niet toe in ander schrijfwerk.

  • Weinig leerlingen tonen de wil om aandacht ​te besteden aan het schrijven van goede zinnen.

  • Leerlingen controleren hun schrijfwerk niet. 

  

Verder co​nstateren docenten Nederlands dat de opbrengst van spelling- en schrijfoefeningen gering is en dat er grote verschillen zijn tussen leerlingen onderling. De ene leerling schrijft vrijwel foutloos, de andere maakt in elke zin minstens één fout. 

Meer klachten uit de praktijk

Hieronder een aantal klachten van docenten Nederlands uit het voortgezet onderwijs op een bijeenkomst van Levende Talen en SLO in 2007.
  • ​Leerlingen formuleren slordig, gebruiken (niet officiële) afkortingen, laten letters weg.
  • De leerlingen maken geen onderscheid tussen spreektaal en schrijftaal.
  • Leerlingen hebben onvoldoende inzicht in zinsbouw, woordkeuze (homoniemen, metaforen, register), toon en mogelijkheden daarmee te spelen.
  • Leerlingen hebben onvoldoende 'taalrijkdom' om met flair op verschillende manieren hetzelfde te kunnen uitdrukken.
  • Leerlingen hebben een ontoereikende woordenschat.
  • Vaak ontbreekt het aan een goede aanpak: leerlingen beginnen met schrijven, denken niet vooraf na en controleren/herschrijven hun tekst niet.
  • Vaak ontbreekt bij leerlingen de bereidheid om energie in hun schrijfproducten te stoppen en om iets te doen met hun kennis van taal en communicatie.
  • Leerlingen gebruiken geen leestekens (interpunctie) of doen dat zeer slordig.
  • In de bovenbouw van havo/vwo zijn werkwoordspelling en woordenschat (nog steeds) problematisch.
Klachten over het onderwijs

Veel gehoorde klachten over het onderwijs zijn: het onderwijs besteedt onvoldoende of ineffectieve aandacht aan spelling en grammatica. En, veel leraren zien de fouten die leerlingen maken niet of verbeteren ze niet. Zijn deze klachten gegrond? Is het wel zo erg? Voor een deel kunnen deze klachten genuanceerd worden door het inzicht dat taal leren n​ooit af  is. Ook is er soms sprake van enige journalistieke onzorgvuldigheid.

Oorzaken
Welk verklaringen zijn er te geven voor de grote hoeveelheid klachten over schriftelijk formuleren?

  • Jongeren van nu communiceren ‘ff’ anders dan eerdere generaties leerlingen. Het lijkt erop dat zij daardoor andere normen hanteren voor schrijven.
  • Het taalonderwijs besteedt onvoldoende aandacht aan formuleren op zinsniveau. Ook is er in het Nederlandse onderwijs weinig aandacht voor een goede schrijfdidactiek.
  • Op schoolniveau is er te weinig aandacht voor taal. Taal is een belangrijk element bij het leren van andere vakken dan Nederlands. Ook docenten van andere vakken moeten in hun eigen vak aandacht aan taal schenken en bijvoorbeeld leerlingen op hun fouten wijzen.