Praktijk

27-8-2015

​​​De lesmethoden Nederlands besteden wat het schriftelijk formuleren op zinsniveau betreft alleen aandacht aan de grammaticale structuur van de zin. Doorgaans in losse, contextloze zinnen komt aan bod:

  • werkwoorden, het hele werkwoord, persoonsvorm in zinnen zoeken
  • persoonsvorm in enkelvoud en meervoud schrijven
  • onderwerp benoemen
  • woordsoorten benoemen 

Taaldomein gaat voor grammaticaoefeningen wel uit van een tekst die aansluit bij de belevingswereld van de leerlingen. De methode laat leerlingen oefenen met de zinnen van deze teksten.

Taallijnen probeert leerlingen via de opdrachten (zelfontdekkend) grammaticale kennis af te laten leiden. Het Vakdidactisch handboek bij Taallijnen concludeert echter dat de methode “nog niet ontkomt aan een ‘didactische laboratoriumsituatie’ waarin het grammaticaonderwijs eigenlijk niet wordt betrokken op de schrijfproducten van leerlingen en anderen” (p. 187). Het handboek geeft aan dat er een algemeen probleem met grammaticaonderwijs is: “De leerlingen zien de relatie met hun eigen formuleervaardigheid nauwelijks."  

Andere schrijfopdrachten in de methodes besteden aandacht aan het schrijfproces en aan structuur op alinea- en tekstniveau. Gerichte aandacht voor formuleren op zinsniveau ontbreekt. 

Formuleervaardigheid op zinsniveau, breder dan syntactisch, krijgt op dit moment in de methodes voor de onderbouw nog zeer weinig aandacht.